Samen

Blog

12 maart 2018

De ontmanteling van de Nederlandse Antillen is voor corporate governance beroerd uitgepakt. Alle landen lijken een eigen richting op te gaan. Daar is op zichzelf nog niets mee mis. Het is wel een slechte zaak dat er niet of nauwelijks wordt samengewerkt. Dat levert een scala aan gemiste kansen op. Het goede nieuws is dat een gemiste kans ook een mogelijkheid biedt. Ik geef een voorbeeld.

Het is in alle Caribische delen van het Koninkrijk moeilijk om geschikte commissarissen en toezichthouders te vinden. Personen met voldoende inhoudelijke bagage zijn wel aanwezig, maar niet in overvloed. Op de kleinere eilanden zijn die er nog minder. Een gebrek aan voldoende ervaring is ook een probleem. Het allergrootste probleem is vaak het gebrek aan onafhankelijkheid. Hoe kleiner het land, hoe meer onderlinge banden en relaties er zijn en hoe meer voorkeuren en afkeuren als gevolg daarvan. Dat is de dood in de pot voor de onafhankelijkheid van de commissaris. Onafhankelijkheid is in toenemende mate een kernhoedanigheid voor elke toezichthouder. Bij financiële instellingen houdt De Nederlandsche Bank als vuistregel aan dat minimaal de helft van de commissarissen onafhankelijk moet zijn. Een van de criteria voor onafhankelijkheid is wat men noemt ‘independency in mind’.

“In onze landen zouden we de gewenste ‘independency of mind’ van toezichthouders heel goed kunnen bevorderen door commissarissen te werven uit een ander land in de Dutch Caribbean.”

In onze landen zouden we de gewenste ‘independency of mind’ van toezichthouders heel goed kunnen bevorderen door commissarissen te werven uit een ander land in de Dutch Caribbean. Voordat het Openbaar Lichaam er op Bonaire het afgelopen jaar een corporate governance-rommel van maakte, waren er diverse commissarissen en toezichthouders uit andere Caribische landen bij overheidsgelieerde entiteiten op Bonaire actief. Dat werkte prima.

Ik stel voor om dit goede voorbeeld op al onze eilanden over te nemen en structureel te maken. We richten een pool op, bijvoorbeeld door middel van een stichting, van kundige commissarissen en toezichthouders uit de hele Dutch Caribbean. De landen verplichten zich onderling om voor elke overheidsgelieerde entiteit minimaal één commissaris uit een ander land in de Dutch Caribbean te benoemen. Meer mag ook. Ze kunnen, maar hoeven niet te kiezen uit de pool. Op die manier wordt inteelt (telkens dezelfde mensen) voorkomen en kunnen we leren van elkaar. Bovendien komen voor de kleinere landen en openbare lichamen gemakkelijker en meer kundige commissarissen beschikbaar.

De kosten voor reizen (tijd, geld en vooral moeite) kunnen worden teruggebracht door in de statuten te bepalen dat vergaderingen ook via videoconferencing kunnen worden bijgewoond. Dat moet niet altijd het geval zijn, maar er is niets op tegen om van de bijvoorbeeld zes of acht vergaderingen er drie via videoconferencing of Skype bij te wonen.

Hetzelfde zouden we kunnen doen met degenen die instituties zoals de SER, de Raad van Advies, de Algemene Rekenkamer bemensen. Vroeger werden de leden van deze colleges uit de Nederlandse Antillen gerekruteerd. Dat maakte hun samenstelling divers en de inzichten verfrissend verschillend. De pool waaruit kon worden gerekruteerd was ook aanzienlijk groter. Kortom, alleen maar voordelen. Om dit voor de huidige colleges te realiseren is iets meer nodig dan slechts het delen van commissarissen en toezichthouders. De Landen moeten dan wettelijk regelen dat zij op dit gebied gaan samenwerken. Dat zou nog eens mooi zijn. Pas dan is de ontmanteling van de Nederlandse Antillen echt geslaagd: als we effectief gaan samenwerken!

Deze blogpost is ook in het Papiaments beschikbaar. Klik hier om een pdf te downloaden.

Heeft u zelf een vraag over corporate governance? Mail deze dan naar governance@ekvandoorne.com en wie weet wordt uw vraag in de volgende column behandeld.